Week Tegen Pesten 2024

Creëer een fijne groepssfeer met 

onze gratis dramalessen 'De kracht van woorden'!

Week Tegen Pesten 2024

Creëer een fijne groepssfeer met onze gratis dramalessen 'De kracht van woorden'!

Aan het begin van het schooljaar ligt de focus op het vormen van een hechte groep en het vaststellen van positieve normen: hoe willen we met elkaar omgaan?


De Week Tegen Pesten (23 t/m 27 september) helpt scholen hierbij. Door een veilige omgeving en positieve sfeer bespreekbaar te maken en leerlingen bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid in het creëren van een fijn leer- en groepsklimaat. 


Dit jaar staat tijdens de Week Tegen Pesten het thema ‘Denk ff na! Als het om geklets gaat’ centraal. Welke invloed hebben kletsen en roddelen op een individu en op een groep? De boodschap is: Sta stil en denk na voordat je een verhaal gelooft en verder verspreidt.


In samenwerking met Kenniscentrum Omgaan met Pesten hebben wij twee dramalessen ontwikkeld over de kracht van woorden. De lessen hebben als doel de leerlingen uit te nodigen actief bij te dragen aan een positieve sfeer in de groep.


Veel plezier met de dramalessen!

Neem een kijkje bij de dramalessen

Groep 1 tot en met 4

In deze dramales voor de onderbouw ontdekken leerlingen de kracht van woorden. Ze leren hoe woorden zowel een positieve als negatieve impact kunnen hebben. Samen bedenken ze woorden die anderen een goed gevoel geven of hoe ze handiger kunnen zeggen wat hen opvalt. 
Ga naar de les

Groep 5 tot en met 8

In deze dramales voor de bovenbouw onderzoeken leerlingen de kracht van woorden, zowel positief als negatief. Ze maken in groepjes een scène waarin over iemand anders wordt gekletst. Samen bedenken zij manieren om het roddelen te stoppen. 
Ga naar de les

Dramales groep 1 t/m 4

Dramales groep 1 t/m 4: 

De kracht van woorden

In deze dramales voor de onderbouw experimenteren de leerlingen met de kracht van woorden, zowel op een positieve als negatieve manier. Ze ervaren op welke manier woorden een impact kunnen maken. Samen bedenken ze woorden die ze kunnen kiezen die anderen een goed gevoel geven of hoe ze handiger kunnen zeggen wat hen opvalt. 


  • Techniek: Tableaus
  • Kerndoelen: Eigen leefwereld vormgeven, Groepsproces, Gevoelens uiten
  • Tijdsduur: 30 min.

Introductie De kracht van woorden (inleiding)

Vertel de leerlingen voor aanvang dat in deze dramales de focus ligt op de kracht van woorden. Start een gesprek aan de hand van onderstaande vragen.


  • Welke aardige woorden kennen we die je kunt zeggen over een ander? Vraag enkele voorbeelden op. Welke gevoelens krijg je als een ander aardige woorden tegen je zegt? Welke gevoelens krijg je als je hoort dat een ander aardige woorden over jou tegen een ander zegt?

  • Welke onaardige woorden kennen we die je kunt zeggen over een ander? Vraag enkele voorbeelden op.  Welke gevoelens krijg je als een ander aardige woorden tegen je zegt? Welke gevoelens krijg je als je hoort dat een ander aardige woorden over jou tegen een ander zegt? 

Woordenbal (warming-up klassikaal)

Speel een rondje aardige-woorden-bal. Steeds als een kind de bal krijgt en de bal gooit naar een ander kind zegt deze een aardig woord. Complimenten in één woord dus, bijvoorbeeld mooi, sterk, lief. Schrijf eventueel de woorden op het bord of op een groot vel papier en teken er een blij gezicht bij. (voor groep 3 en 4) 


Speel vervolgens een rondje onaardige-woorden-bal. Ook nu gaat het om steeds één woord zeggen, bijvoorbeeld stom, vies, huilerd. Let op, nu gaat de bal van jou naar een leerling in de groep en speelt de leerling de bal terug naar jou als leerkracht. De leerling zegt voor het teruggooien een onaardig woord. Jonge kinderen kunnen lastiger onderscheid maken tussen het spel en persoonlijk geraakt worden door onaardige woorden. Door deze aanpassing van het spel vang jij dit als leerkracht op.


Je kunt eventueel met behulp van dramatische expressie zichtbaar maken in je lichaamstaal wat het effect is van de woorden. Als je dit doet, vertel dan vooraf aan de leerlingen dat je gaat doen alsof, zodat ze kunnen ontdekken wat onaardige woorden doen. Word hierna weer je ‘vrolijke zelf’ en vertel dat je toneelstukje is afgelopen. Zo blijft het voor jonge kinderen duidelijk en trekken zij minder snel de conclusie dat zij jou als leerkracht verdrietig, bang of boos maken.  


Schrijf eventueel aan de andere kant van het bord of vel papier onaardige woorden en teken er een verdrietig, bang en boos gezicht bij.  


De leerlingen lopen vervolgens door het lokaal. Als de muziek stopt, zeg je afwisselend een aardig en onaardig woord. De leerlingen maken hier een passende houding bij. Als je de muziek weer aanzet, lopen de leerlingen door. Herhaal dit een aantal maal waarbij de leerlingen telkens een houding maken bij een ander woord.


Muziek Les CD 1, nr. 18

Wij zijn samen... (warming-up klassikaal)

Verdeel de leerlingen in tweetallen. De tweetallen lopen samen door het lokaal. Als de muziek stopt, zeg je een aardig of onaardig woord. De leerlingen maken met hun partner hier een passende houding bij. Ze werken hierin samen, zodat het beeld één geheel wordt.

Als je de muziek weer aanzet, lopen de leerlingen door. Herhaal dit een aantal maal waarbij de leerlingen telkens een houding maken bij een ander (aardig of onaardig) woord.


Tip: Veel van de opgeschreven krachtige woorden kunnen meerdere betekenissen hebben. ‘Slap’ bijvoorbeeld kan over zowel een fysieke als een mentale toestand gaan. Geef de leerlingen de ruimte om hier samen hun eigen interpretatie aan te geven.


Bespreek de opdracht kort na: 

  • Welke woorden vond je fijn of makkelijk om uit te beelden? 

  • En welke woorden vond je niet prettig of moeilijk om in een houding of beweging om te zetten? 

  • Wat was het verschil tussen aardige en onaardige woorden horen en uitbeelden? Hoe voel je je dan? Komen er dan ook andere zinnetjes of dingen die je hebt meegemaakt in je hoofd?


Aardige en onaardige woorden (kern)

Voor groep 1-2

Geef ieder tweetal kort de tijd om een woord uit de vorige opdracht te kiezen. Dit mag zowel een aardig als onaardig woord zijn. Samen repeteren zij een stilstaand beeld passend bij dit woord. 

Hierna worden de beelden aan elkaar gepresenteerd. Herkennen de leerlingen de woorden die uitgebeeld worden? Welk gevoel of welke gedachte krijg je als je naar het beeld kijkt? Wat zou het tegenovergestelde van dit beeld kunnen zijn?

Voor groep 3-4

Verdeel de leerlingen in groepjes van ongeveer 5 personen. Samen maken zij een scène van 5 stilstaande beelden (tableaus) rond een fictieve situatie waarin op een negatieve manier over iemand gekletst wordt.

Uitgangspunt daarbij is een negatief woord dat in deze dramales voorbij is gekomen. In ieder geval de volgende personages komen aan bod: slachtoffer, roddelaars, 1 of 2 personen die ingrijpen. 

Hierna worden de scènes aan elkaar gepresenteerd.

Bespreek de scènes kort na. Is het duidelijk welk negatief woord in de scène centraal stond? Op welke manier had het krachtige woord effect op het personage? Stel dat het krachtige woord in de scène vervangen wordt door het tegenovergestelde, dus ‘mooi’ in plaats van ‘lelijk’, verandert de scène hierdoor? Zo ja, hoe? Wat denkt, voelt, doet of zegt het personage waarover gepraat wordt dan? En wat gebeurt er dan met de andere personages in deze situatie?

Nabespreking (afsluiting)

De leerlingen hebben in deze les scènes ontwikkeld met fictieve situaties en personages. In de nabespreking kun je de situatie van positief en negatief over elkaar praten naar het eigen klaslokaal trekken. Je kunt hiervoor de volgende vragen inzetten:


  • Welk aardig woord zou je het fijnst vinden om over jezelf te horen? Hoe komt dat?

  • En welk onaardig woord het minst fijn? Hoe komt dat?

  • Worden er binnen de groep weleens krachtige woorden gebruikt? Op welke manier?

  • Maak jij op andere plaatsen weleens mee dat er krachtige woorden worden gebruikt? Bijvoorbeeld de BSO, je sportclub, in je woonwijk als je buitenspeelt met andere kinderen?

  • Voor groep 3-4: In de scènes heb je verschillende manieren gezien om in te grijpen als je ziet dat er geroddeld wordt. Stel dat er in de groep negatief over iemand gepraat wordt, hoe zou je dit kunnen stoppen? Wie kun je om hulp vragen als er in onze groep onaardige woorden worden gezegd? Wat zeg je als je hulp vraagt? 

Dramales groep 5 t/m 8

Dramales groep 5 t/m 8: 

De kracht van woorden

In deze dramales voor de bovenbouw experimenteren de leerlingen met de kracht van woorden, zowel op een positieve als negatieve manier. Ze ervaren op welke manier woorden een impact kunnen maken. De leerlingen maken in groepjes een scène over een fictieve situatie waarin over iemand anders wordt gekletst. Samen bedenken ze hoe roddelen, waarbij verhalen (door)verteld worden die anderen kunnen schaden, gestopt kan worden.


  • Techniek: Improvisatie
  • Kerndoelen: Eigen leefwereld vormgeven, Groepsproces, Gevoelens uiten
  • Duur: 45 min.

Introductie De kracht van woorden (inleiding)

Vertel de leerlingen voor aanvang dat in deze dramales de focus ligt op de kracht van woorden. Start een gesprek aan de hand van onderstaande vragen.


  • Welke positieve woorden kennen we die je kunt zeggen over een ander? Vraag enkele voorbeelden op.
  • Welke negatieve woorden kennen we die je kunt zeggen over een ander? Vraag enkele voorbeelden op.
  • Op welke manieren kunnen woorden een positief effect hebben op hoe iemand denkt over zichzelf, zich voelt of gedraagt? 
  • En op welke manieren kunnen woorden een negatieve impact hebben op hoe iemand denkt over zichzelf, zich voelt of gedraagt?
  • Wie heeft een voorbeeld van een situatie waarin woorden heel krachtig zijn of waren? Dit mag een fictieve of waargebeurde situatie zijn. Vraag hierna aan de groep: Hebben deze woorden een positieve of negatieve kracht?

Krachtige woorden verzamelen (warming-up klassikaal)

Verzamel klassikaal krachtige woorden. Enerzijds woorden die een positief gevoel bij een ander kunnen veroorzaken. Complimenten in één woord dus, bijvoorbeeld mooi, sterk, lief. Schrijf de woorden op het bord of op een groot vel papier. 

Verzamel aan de andere kant van het bord of vel papier woorden die een negatief gevoel bij een ander kunnen veroorzaken, zoals dom, klunzig, slap.


De leerlingen lopen vervolgens door het lokaal. Als de muziek stopt, staan ze stil in een houding die past bij één van de genoteerde krachtige woorden. De leerlingen mogen zelf weten welk woord ze kiezen uit beide verzamelingen. Als je de muziek weer aanzet, lopen de leerlingen door. Herhaal dit een aantal maal waarbij de leerlingen telkens een houding maken bij een ander woord.


Muziek Les CD 1, nr. 18

Ingefluisterd (warming-up klassikaal)

Verdeel de leerlingen in tweetallen. Leerling 1 van ieder tweetal fluistert een krachtig woord uit de vorige opdracht in het oor van leerling 2. Leerling 2 luistert naar het woord en zet dit om in een houding of beweging. Bij het woord ‘mooi’ kan leerling 2 bijvoorbeeld stralend door het lokaal lopen; bij het woord ‘slap’ probeert hij of zij iets op te tillen wat niet lukt. 


Hierna wisselen de rollen om: leerling 2 fluistert een woord in het oor van leerling 1. Ga hiermee door waarbij de rollen telkens omwisselen.


Tip: Veel van de opgeschreven krachtige woorden kunnen meerdere betekenissen hebben. ‘Slap’ bijvoorbeeld kan over zowel een fysieke als een mentale toestand gaan. Geef de leerlingen de ruimte om hier samen hun eigen interpretatie aan te geven.


Bespreek de opdracht kort na: 

  • Welke woorden vond je fijn of makkelijk om uit te beelden? 

  • En welke woorden vond je niet prettig of moeilijk om in een houding of beweging om te zetten? 

  • Maakt het verschil in je gedachten of  gevoel of je een woord uit de verzameling met positieve of negatieve krachtige woorden krijgt ingefluisterd?

Geklets (kern)

Verdeel de leerlingen in groepjes van ongeveer 5 personen. Ieder groepje kiest een woord uit de verzameling negatieve krachtige woorden, zoals ‘lelijk’. Ze kiezen een situatie plus personages die passen bij dit woord. In het geval van ‘lelijk’ bijvoorbeeld een modeshow met een presentator, modellen en publiek. 


De groepjes maken een scène waarin gekletst wordt over iemand anders. Ze roddelen over een ander, en gebruiken daarbij het negatieve woord. Het publiek van de modeshow heeft bijvoorbeeld stiekem een gesprekje met elkaar waarin ze met elkaar bespreken hoe lelijk het model is.


De scène verloopt volgens de volgende structuur:

  • De situatie (locatie en personages) wordt gespeeld
  • Er wordt negatief gepraat over één van de personages
  • Deze woorden hebben zichtbaar effect op het personage
  • Een ander personage grijpt in om het roddelen te stoppen en iemand kiest ervoor om hierbij aan te sluiten, zodat er een krachtigere stop boodschap gegeven kan worden

Let op: Het is in deze opdracht belangrijk dat de negatieve krachtige woorden impact op een persoon in de scène hebben. Het is dus niet de bedoeling dat er gekletst wordt over een vaas in een museum. Als de kunstenaar die de vaas gemaakt heeft ernaast staat, kan het wel.


Hierna worden de scènes aan elkaar gepresenteerd.


Bespreek de scènes kort na. Op welke manier had het krachtige woord effect op het personage? Stel dat het krachtige woord in de scène vervangen wordt door het tegenovergestelde, dus ‘mooi’ in plaats van ‘lelijk’, verandert de scène hierdoor? Zo ja, hoe? Wat denkt, voelt, doet of zegt het personage waarover gepraat wordt dan? En wat gebeurt er dan met de andere personages in deze situatie?

Nabespreking (afsluiting)

De leerlingen hebben in deze les scènes ontwikkeld met fictieve situaties en personages. In de nabespreking kun je de situatie van positief en negatief over elkaar praten naar het eigen klaslokaal trekken. Je kunt hiervoor de volgende vragen inzetten:


  • Welk woord uit de verzameling ‘krachtige woorden’ zou je het fijnst vinden om over jezelf te horen? Hoe komt dat?

  • En welk woord het minst fijn? Hoe komt dat?

  • Worden er binnen de groep weleens krachtige woorden gebruikt? Op welke manier?

  • Maak jij op andere plaatsen weleens mee dat er krachtige woorden worden gebruikt? Bijvoorbeeld de BSO, je sportclub, in je woonwijk als je buitenspeelt met andere kinderen?

  • In de scènes heb je verschillende manieren gezien om in te grijpen als je ziet dat er geroddeld wordt. Stel dat er in de groep negatief over iemand gepraat wordt, hoe zou je dit kunnen stoppen? Wie zou je kunnen vragen om jou daarbij te helpen? Hoe vraag je dat? Op welke manier kan deze persoon helpen om samen met jou in te grijpen?

Verdiepende vragen bij dramales groep 5-8

Bovenstaande dramales biedt mogelijkheden om de komende periode terug te komen op deze les.

Stimuleer de leerlingen te blijven oefenen met bewust nadenken als het om geklets gaat, keuzes maken die goed zijn voor jezelf en een ander en samen ingrijpen. Denk ff na! de titel van de campagne van de Week tegen Pesten zegt het al, gedachtekracht speelt hierbij een grote rol.


Je hebt geen invloed op de gedachten en het gedrag van anderen. Alleen op dat van jezelf. Jouw gedachten, gevoel en gedrag kunnen echter wel een effect hebben op je omgeving. Je kunt negatief geklets versterken en afremmen. 


  • Wie heeft daar een voorbeeld van? 
  • Wanneer heb je gemerkt dat jouw gedachten, gevoel en/of gedrag invloed hadden op anderen in je omgeving?

Voorbeeld: een klasgenoot komt naar school en heeft een heel ander kapsel, na een bezoek aan de kapper.
Voorbeeld: er komt een nieuwe leerling op school met een lichamelijke beperking. De leerling is klein van lengte en heeft een verkorte arm. 


  • Wat zou je kunnen doen of zeggen, tegen iemand anders, zonder dat deze klasgenoot erbij is?
  • Wat zou je kunnen doen of zeggen of juist niet, als een andere klasgenoot daar in de pauze iets negatiefs over zegt tegen jou? 
  • Wat zou je kunnen doen of zeggen als je hoort dat een andere klasgenoot iets negatiefs heeft gezegd over jou?
  • Wat zou je tegen deze klasgenoot kunnen zeggen zodat deze zich welkom en gewaardeerd voelt?
Er wordt vaak gemakkelijk gedacht over opkomen voor een ander of het doen van een melding. Dit is echter helemaal niet makkelijk. Hoe ouder de leerling, hoe meer groepsdruk er vaak wordt ervaren. Bewust een keuze maken om een verhaal een halt toe te roepen en niet mee te praten of online door te delen, vraagt om sterk staan. Wij willen kinderen en de volwassenen om hen heen ondersteunen bij het maken van deze keuze. Dat wordt gemakkelijker als je deze keuze samen met een ander maakt. Samen sta je immers sterker dan alleen. 
Mirelle Valentijn, oprichter Kenniscentrum Omgaan met Pesten

Helpende gedachte kaarten bij de dramales voor groep 5-8

In de bijlage vind je de 'Ik denk me Sterk' kaarten. Toon ze op het digibord of print deze uit en lamineer ze. 

Geef de leerlingen rustig de tijd om de gedachten op de kaarten te lezen.

  • Welke gedachte helpt om iets positiefs te zeggen? 
  • Welke gedachte helpt om sterk te staan en niet mee te praten met negatief geklets van een ander? 
  • Welke gedachte helpt om sterk te staan en negatief geklets van anderen te stoppen? 
  • Welke gedachte helpt om in jezelf te blijven geloven en positief naar jezelf te blijven kijken als je hoort dat een ander iets negatiefs heeft gezegd over jou?
  • Welke gedachten die hierbij helpen kunnen we nog meer verzinnen? 
  • Welke van de gedachten kunnen helpen om positief om te gaan met veranderingen of verschillen tussen leerlingen in de groep? Wat voel je door deze gedachten? Wat kun je dan doen of zeggen? 
Toolkit ik denk me sterk - een sterke groep

Toolkit 'Ik denk me sterk'

Met de Toolkit ‘Ik denk me Sterk’ van Kenniscentrum Omgaan met pesten leren kinderen niet helpende gedachten herkennen en omzetten in helpende gedachten. Wanneer zij het spel vaker spelen, zullen zij positiever gaan denken en gemakkelijker voor zichzelf en een ander opkomen.


De leerlingen gaan spelenderwijs met anderen in gesprek aan de hand van associatie en helpende gedachten kaarten. Hierdoor ontdekken zij dat er naast verschillen, ook veel overeenkomsten zijn. De leerlingen worden uitgenodigd zich in de ander te verplaatsen en vanuit empathie te begrijpen wat de ander ervaart, beweegt en vindt. Hierdoor neemt het vertrouwen in de anderen om je heen toe. 


Het spel draagt bij aan het scheppen van een divers en inclusief klimaat in groepen, waardoor leerlingen als individu en als groep beter gaan functioneren.

kaartspel ik denk me sterk tegen pesten
Toolkit 'Ik denk me sterk'
kaartspel in een kartonnen doos p/m
  • Leer niet helpende gedachten herkennen en omzetten in helpende gedachten
  • Associatie en helpende gedachten-kaarten, uitlokkaarten en stapstenen.
  • Ontwikkeld in samenwerking met Kenniscentrum Omgaan met Pesten
  • Bijpassende lessen in de dramamethode

Extraatje!

Bij de toolkit 'Ik denk me sterk' horen diverse gratis downloads met extra spelvormen die je kunt inzetten in de groep.

Tip: de spelvormen 'Thema van de week' en 'Pluk de kaart' zijn een goed vervolg op deze dramales en passen bij het thema 'Denk ff na'.

Samen sterk tegen pesten

Drama is het vak bij uitstek om te werken aan een positief zelfbeeld, een goede samenwerking en een prettige sfeer in de klas. Daarom hebben wij samen met Kenniscentrum Omgaan met Pesten nog twee speciale lessenseries ontwikkeld; een om pesten tegen te gaan en een voor het vormen van een sterke groep.


Lessenserie 'Ik denk me sterk'
Doel: het pesten bespreekbaar en inzichtelijk te maken

Lessenserie 'Een sterke groep'
Doel: een positieve sfeer in de groep


Meer weten? Klik even op onderstaande knop voor meer informatie over onze lessen tegen pesten.

Klaar om je te laten inspireren door DramaOnline?

Hebben je leerlingen en jij genoten van de dramalessen 'De kracht van woorden' en wil je meer?


Onze methode biedt honderden kant-en-klare dramalessen, korte dramaoefeningen, instructievideo’s, blogs, theatrale muziek en spelkaarten. Perfect voor elke gelegenheid, van speciale thema’s zoals de Nationale Voorleesdagen tot dagelijkse dramamomenten. Genoeg om uit te kiezen dus!


Neem een kijkje op onze website voor alle info over de lesmethode. Of vraag direct jouw jaarabonnement aan.