arrow_drop_up arrow_drop_down

Van pantomime tot tableaus - een introductie in spelvormen (artikel)

In dit artikel bespreken wij de 5 basisspelvormen, die in DramaOnline gebruikt worden: pantomime, improvisatie, tableaus, toneelspel en bewegingsspel.

Wat is een spelvorm?

Een spelvorm vormt het uitgangspunt van een dramales. Dit is de speltechniek of de werkwijze waarbinnen en waaraan gewerkt wordt. Het is van belang dat de spelvorm gedurende de hele les centraal staat. Wanneer in de kernopdracht een scène vanuit pantomime gevraagd wordt, zal deze techniek al tijdens de warming-up aan bod komen. De leerlingen oefenen op deze manier de technische aandachtspunten die bij de spelvorm nodig zijn. Je schept in de spelvorm bepaalde kaders en voorwaarden waarbinnen de leerlingen zich vrij kunnen bewegen.

De hieronder beschreven 5 spelvormen zijn geschikt voor leerlingen van groep 1 t/m 8.

1.     Pantomime

Een veel gebruikte spelvorm is pantomime. Binnen pantomime worden geen tekst en attributen gebruikt. De leerlingen beelden een personage, situatie of handeling uit met behulp van beweging, mimiek en houdingen.

De termen mime en pantomime worden vaak door elkaar gebruikt. Ze zijn echter zeker verschillend. Een pantomimespeler vertelt een verhaal, terwijl een mimespeler meer gedachten en emoties uitbeeldt.

  • Pantomime kan voor sommige leerlingen lastig zijn, omdat zij toch de behoefte voelen om te praten. Het niet mogen gebruiken van tekst en attributen stimuleert echter de fantasie en het lichaamsbesef en kan tot veel verrassende spelimpulsen leiden.
  • Bij pantomime worden geen tekens gebruikt, zoals bij een spel als Hints. Als een klant een kopje koffie wil bestellen bij de ober, beeldt hij uit dat hij een kopje koffie drinkt. Het tekenen van een kopje koffie of het denkbeeldig schrijven van het woord in de lucht hoort niet bij pantomime.
  • Stimuleer de leerlingen om groot en helder te spelen waarbij het hele lichaam gebruikt wordt. Op deze manier wordt pantomime leuker om naar te kijken en het is duidelijker wat er wordt neergezet.

2.     Improvisatie

Bij improvisatie wordt het spelverloop niet van tevoren vastgelegd, maar direct en impulsief ingezet. Voor leerlingen die graag duidelijke houvast hebben, kan dit beangstigend zijn. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze geen spelimpulsen krijgen, die uitgespeeld kunnen worden. Of dat hun spelinbreng niet leuk of goed genoeg is. Zeker binnen improvisatie is een goede warming-up daarom van belang. Improvisatie wordt vaak alleen ingezet wanneer er een goede sfeer in de groep heerst en de leerlingen wat meer ervaring met drama hebben.

  • Associëren is een belangrijk onderdeel van improviseren. Bij associëren wordt een (impulsief) verband gelegd tussen zaken. In het improviseren is het noodzakelijk dat er direct en vrij gereageerd wordt op deze impulsen. Een associatie is altijd goed. Wanneer een leerling bij het woord “appel” aan “bureau” denkt, is dat niet fout. Het is belangrijk dat de leerlingen zich niet laten overnemen door hun gedachten en dat elke impuls geaccepteerd wordt.
  • Spelaanbiedingen accepteren vormt de basis van een improvisatiescène. Wanneer een speler een spelimpuls geeft (“Mama, mag ik buiten spelen?”) en de medespeler accepteert deze impuls niet (“Mama? Ik ben je moeder niet. Ik ben een elfje.”), blokkeert de scène. Accepteren wat de ander zegt en doet, bevordert het samenspel en houdt de scène op gang.
  • Improviseren kan leerlingen het gevoel geven te moeten scoren. Een programma als De Lama’s is gericht op de grap. Dit is echter niet het doel van improviseren. Stoer doen of constant humoristisch willen zijn, gaat ten koste van de medespelers en de scène. Iedere speler is verantwoordelijk voor een positief spelverloop. Geef de leerlingen de opdracht de medespeler te laten schitteren in plaats van alleen op eigen gewin uit te zijn.

 3.     Tableaus

Een ander woord voor de spelvorm tableaus is tableau vivant of levend schilderij. Bij tableaus bevriezen de spelers een bepaalde handeling of personage, waardoor een levend schilderij ontstaat. De beelden mogen niet bewegen en geen geluid maken.

Tableaus is daardoor een laagdrempelige spelvorm, die ook bij minder ervaren groepen ingezet kan worden. Een tableau kan gebruikt worden als begin- of eindbeeld van een scène.

  • Net als bij pantomime is het noodzakelijk dat de leerling het beeld groot en helder neerzet. Omdat er geen tekst gebruikt wordt, is alleen op die manier duidelijk wat er bedoeld wordt.
  • Tijdens het bevriezen mogen de leerlingen uiteraard rustig door blijven ademen en met hun ogen knipperen. Laat de leerlingen in een tableau ook altijd op twee benen staan.
  • Het publiek kan de neiging hebben tijdens het presenteren van tableaus direct te reageren op het getoonde. Stimuleer de leerlingen om pas na afloop van de presentatie te reageren. Achtergrondmuziek draaien tijdens de scènes kan spelers en publiek helpen om in de juiste concentratie te komen.

 4.     Toneelspel

Bij toneelspel zetten de spelers personages en situaties neer waarbij bewogen en gesproken mag worden. Toneelspel is een ruime spelvorm, waarbinnen bijvoorbeeld ook theaterteksten gebruikt kunnen worden.

  • Stimuleer de leerlingen om niet te zeggen wat ze doen, maar dit te laten zien. In plaats van te zeggen dat ze een brandweerman zijn, kunnen ze dit laten zien door te bewegen en praten als een brandweerman.
  • Binnen toneelspel bestaat het gevaar dat leerlingen alleen maar stilstaan en praten. Dit wordt statisch spel genoemd. Bij statisch spel ligt het accent slechts op wat er gezegd wordt. Veel belangrijker is het wie het zegt en hoe het gezegd wordt. Zorg ervoor dat de leerlingen een handeling hebben binnen een scène, zodat dynamisch spel ontstaat.
  • Laat de leerlingen samenspelen. Wanneer ze echt naar elkaar luisteren en op elkaar reageren, ontstaat een mooie scène.

 5.     Bewegingsspel

Deze spelvorm heeft raakvlakken met dans; beweging staat centraal. Anders dan bij pantomime wordt hierbij geen handeling uitgebeeld. Het is mogelijk in deze techniek de beweging te combineren met geluid. Bewegingsspel is een laagdrempelige spelvorm waarin de creativiteit en fantasie wordt gestimuleerd en het lichaamsbesef versterkt.

  • Binnen bewegingsspel wordt veel geïmproviseerd. Net als bij improvisatie is het belangrijk de impulsen te volgen en nadenken het spel niet te laten belemmeren. Je zult merken dat vooral jonge kinderen hier weinig moeite mee hebben. Zij volgen makkelijk hun impulsen en zijn zich goed bewust van hun fysiek.
  • In deze spelvorm wordt het abstract denkvermogen aangesproken. Hoe beweegt bijvoorbeeld een blaadje door de lucht als het stormt? Voor sommige leerlingen kan het lastig zijn zich hierin te verplaatsen. Beeldende muziek draaien tijdens de les, is daarbij een goede hulp.

Deze 5 spelvormen worden gebruikt als basis in onze dramamethode. Uiteraard bestaan er nog veel meer spelvormen. Ook objectenspel, hoorspel, teacher-in-role, poppenspel, jabbertalk en drama vanuit prentenboeken worden ingezet binnen DramaOnline. Daarnaast is een combinatie van spelvormen in een les mogelijk.

De lessenmaker van DramaOnline helpt de leerkracht in het zelf samenstellen van een dramales. De spelvorm is daarbij het uitgangspunt van een les. Stap voor stap word je begeleid om een verantwoorde en goed opgebouwde les te maken rondom de gekozen spelvorm. Via één van onze abonnementen krijg je onbeperkt toegang tot ons aanbod aan oefeningen en dramalessen.

Over de schrijver
Reactie plaatsen