Associëren in de dramales (artikel)
03 maart 2021 

Associëren in de dramales (artikel)

Associëren is het gevoelsmatig leggen van verbanden. De logica is bij associëren niet relevant. Het gaat over doen en zeggen wat bij je opkomt en is daarom een belangrijk onderdeel van de speltechniek improvisatie.

Door te associëren, en dus de logica los te laten, kom je tot creativiteit en fantasie. Dit helpt je niet alleen bij creatieve vakken zoals drama, maar ook bij bijvoorbeeld taalontwikkeling of het stimuleren van het probleemoplossend vermogen. De werkelijkheid exact benoemen en spelen is vaak niet interessant. Het vak drama kan jou en de leerlingen helpen om die werkelijkheid los te laten en bij de belevings- en ervaringswereld van het kind zelf te komen.

Belangrijk bij het begeleiden van associëren

  • Een associatie kan nooit fout zijn, omdat het gaat over het leggen van verbanden op gevoelsniveau. Dit is dus puur persoonlijk. Wanneer je een leerling vraagt een ander woord te noemen naar aanleiding van het woord appel, is peer, boom of fruit voor de hand liggend. Maar als een leerling wolk zegt, is dit niet verkeerd. Misschien heeft hij vorige week een wolk gezien in de vorm van een appel. Of heeft hij tijdens de zomervakantie op een kleedje naar de wolken liggen kijken terwijl hij een appel at. Hoe de associatie tot stand gekomen is, is tijdens een dramales niet van belang. Wel belangrijk is dat die fantasie vrij kan stromen.
  • Om die spontaniteit de ruimte te kunnen geven, is het noodzakelijk om een veilige sfeer te creëren met je groep. Alleen als aan die voorwaarde voldaan wordt, voelt een leerling zich vrij om de eigen ideeën en fantasie te laten zien.
  • Bij de speltechniek improvisatie, en dus ook bij associëren, voelen leerlingen vaak de druk om grappig of uniek te zijn. Deze scoringsdrang zit het gevoel van creativiteit in de weg. Stimuleer de leerlingen om hun impulsen te volgen en geef hen het vertrouwen dat deze impulsen nooit fout of slecht zijn.

Dramaoefeningen bij associëren (beweging & tekst)

Tok

De leerlingen staan in een kring. Je maakt een geluid, bijvoorbeeld “tok”. De volgende leerling reageert hier direct associërend op met een volgend geluid. Je kunt de kring een aantal keer rond gaan, waarbij telkens een nieuw geluid geïntroduceerd wordt.

Tip: Zorg ervoor dat de leerlingen niet nadenken over hun geluid. Elk geluid is goed.

 

Lopende begroeting

De leerlingen lopen door de ruimte. Wanneer zij elkaar ontmoeten, maken zij een beweging plus een bijbehorend geluid.  Hierna lopen ze door en ontmoeten een volgende leerling met een nieuwe beweging en geluid.

Tip: Laat de tweetallen de bewegingen niet tegelijkertijd maken, maar na elkaar. Op die manier associëren zij op de eerst getoonde beweging en ontstaat er improvisatie.

 

Appel-boom

De leerlingen zitten in tweetallen tegenover elkaar. Eén van de leerlingen noemt een woord, bijvoorbeeld appel. De andere leerling reageert daar direct op met een ander woord, zoals peer, rood of boom. Op dat woord wordt door de eerste leerling weer een associatie gegeven. De leerlingen blijven dit herhalen.

Tip: Stimuleer de leerlingen om direct te reageren en niet na te denken. Elke associatie is goed.

 

Dit is een…

De leerlingen zitten in groepjes van 5 tot 7 personen in een kring. Elke groep geeft een voorwerp door, bijvoorbeeld een pen, liniaal of een emmer. Iedere leerling vertelt kort wat het voorwerp volgens hem of haar is. Dit kan alles zijn, behalve wat het echt is. In het geval van een pen, zou het bijvoorbeeld een afstandbediening voor ruimteschepen kunnen zijn.

Tip: Stimuleer de leerlingen hun fantasie te gebruiken en zich te laten inspireren door het voorwerp.

 

Wat ik nu heb beleefd!

De leerlingen zitten in tweetallen op de grond. Leerling 1 vertelt een verhaal, bijvoorbeeld over wat hij of zij gisteren heeft beleefd. De andere leerling noemt af en toe een woord, zoals koala of regenjas. De verteller verwerkt dit woord direct in zijn of haar verhaal. Door de woorden zo ver mogelijk buiten het verhaal te kiezen, wordt de verteller gestimuleerd de fantasie te gebruiken. Hierna wisselen de rollen om.

Over de schrijver
Eva is jeugdtheatermaker en dramadocent. Vanuit haar ervaring met cultuureducatie binnen het basisonderwijs is het idee voor DramaOnline geboren. Binnen DramaOnline is Eva verantwoordelijk voor het ontwikkelen van het lesmateriaal en het geven van trainingen.
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down