Climax en anti-climax (artikel)

In een goede theaterscène of -voorstelling zit een climax. Een hoogtepunt of een ontknoping. Deze climax is het moment waar naartoe wordt gewerkt in het verhaal. Belangrijk, want dit is vaak het moment dat het best blijft hangen bij het publiek.

Wanneer je je niet bewust bent van de climax van je voorstelling of wanneer je er te weinig aandacht aan besteed, ontstaat er een ontevreden gevoel bij het publiek. Dit wordt een anti-climax genoemd.

Stel dat het verhaal van Sneeuwwitje heel spannend wordt opgebouwd, met een boze stiefmoeder, een verdwaalde Sneeuwwitje in het bos en een jager die achter haar aan zit. Sneeuwwitje neemt een hapje van de appel, die niet giftig is, en leeft vervolgens zielsgelukkig door samen met de zeven dwergen. Dat is duidelijk een anti-climax. Alle ingrediënten voor een spannend en meeslepend verhaal zijn aanwezig, maar het wordt slordig en saai afgewerkt. De spanning van de giftige appel die de heks in haar handen heeft, het hapje dat Sneeuwwitje neemt waardoor ze dood op de grond valt, de dwergen die haar vinden… Die elementen zijn nodig om het verhaal voort te stuwen en het publiek met een voldaan gevoel achter te laten.

Kijk dus goed naar de opbouw van je verhaal of toneelstuk. Waar zit de climax en hoe bouw je daar naartoe? En hoe rond je het verhaal af?

Door je leerlingen zelf regelmatig scènes te laten maken aan de hand van een verhaalstructuur, leren zij het hoogtepunt in een verhaal herkennen en creëren. In veel van onze lessen geven wij de leerlingen handvatten bij het op een goede manier opbouwen van een scène.

Climax en anti-climax

Een populaire dramaoefening in onze lesmethode heet Climax en is een perfecte manier om leerlingen te laten schakelen in de intensiteit van hun spel. Hierdoor raken ze gewend aan het afwisselend laten zien van een rustige situatie en de opbouw naar een situatie die uit de hand loopt.


Climax

Een groep van 6 tot 8 leerlingen staat op de vloer. Ze spelen zonder geluid een situatie die je noemt. Wanneer de situatie helder is, geef je ook een probleem aan. Bijvoorbeeld doktoren die tijdens een operatie opeens heel zenuwachtig worden. De leerlingen beelden dit uit, waarbij je telkens een stap noemt. Bij stap 1 is de angst nauwelijks zichtbaar, bij stap 5 is het ondraaglijk. Alleen in stap 5 mogen de leerlingen geluid maken. Je kunt steeds sneller wisselen tussen de verschillende stappen.

Tip: Wanneer je de leerlingen graag nog groter wilt zien spelen, dan kun je na stap 5 ook stap 6 eens noemen.

Voorbeelden:
- patiënten in de wachtkamer van de dokter - stank
- schoonmakers in het ziekenhuis - angst voor bacteriën
- verpleegkundigen tijdens eten rond brengen - jeuk
- doktoren tijdens operatie - zenuwachtig
Over de schrijver
Rik startte ruim 15 jaar geleden als groepsleerkracht op een Daltonschool. Inmiddels is hij ICT-coördinator op een aantal basisscholen. Uit zijn liefde voor het vak drama en voor ICT is het idee voor DramaOnline ontstaan. Binnen DramaOnline houdt hij zich bezig met het ontwikkelen van het systeem achter de lesmethode en de multimediale toepassingen.
Reactie plaatsen